Algemeen

 

Voor een, door een gemeente aangestelde, leerplichtambtenaar gelden twee verschillende beëdigingen:
1.    Als ambtenaar van die gemeente. Dit is tevens een integriteitsverklaring. De tekst en wettelijke onderbouwing vind je hier.
2.    Als aangewezen leerplichtambtenaar van die betreffende gemeente(n). Deze tekst vind je hier (artikel 9)

Beide beëdigingen kunnen in een keer plaatsvinden en worden uitgevoerd door B&W (in praktijk vaak een verantwoordelijk wethouder die gemandateerd is) en moeten middels een ondertekende akte worden vastgelegd.
 
Voor een beëdiging in de zin van opsporingsbevoegdheid/Boa zal een verzoek moeten worden gedaan bij de Dienst Justis.

Alleen een ambtenaar die in dienst is getreden kan worden beedigd. Een ZZP-er of een stagiaire kan dus niet beëdigd worden. Beëdiging als leerplichtambtenaar is in principe nodig om rechtsgeldig de werkzaamheden uit te voeren die voortvloeien uit het toezicht houden op de Leerplichtwet.

Om een ZZP-er toch de taken van de leerplichtambtenaar te laten uitvoeren kan hij een integriteitsverklaring ondertekenen waarmee hij hetzelfde verklaart als de leerplichtambtenaar bij zijn beëdiging. In combinatie met een opdrachtovereenkomst is dit een geldige overeenkomst om toezicht te mogen houden op de Leerplichtwet.

Covid-19

Vavo-leerlingen zijn examenleerlingen en volgen, ook met de verscherpte maatregelen, fysiek onderwijs op de instelling. Het is van belang dat leerlingen in het examenjaar fysiek onderwijs krijgen om zich goed voor te bereiden op de examens.

 

Leerlingen waarvoor de uitzondering geldt, dat onderwijsactiviteiten op school moeten plaatsvinden, zijn verplicht zijn om naar school te komen. In dat geval is de reguliere leerplicht van kracht.

Specifiek gaat het om examenleerlingen, leerlingen die praktijkgerichte vakken volgen en leerlingen in het voorexamenjaar, inclusief vwo 4, voor wie in de betreffende periode schoolexamens staan gepland.

Fysiek naar school gaan voor leerlingen in een kwetsbare positie gebeurt in overleg met de leerling en - waar passend - de ouders/verzorgers. Hiervoor geldt in ieder geval de verplichting het aangeboden onderwijsprogramma te volgen, thuis danwel op school.

De huidige RIVM-richtlijnen over wanneer kinderen niet naar school mogen bij coronagerelateerde klachten blijven van kracht.

 

Het advies van de Rijksoverheid is om niet op reis te gaan. Is een gezin toch in een risicogebied geweest? Dan blijft iedereen 10 dagen thuis (in quarantaine). Men kan de duur van de quarantaine eventueel verkorten door op dag 5 na aankomst te testen op corona. Is die test negatief en heb je geen klachten? Dan kan de quarantaine beëindigd worden. Wie klachten krijgt laat zich meteen testen. Is de testuitslag negatief en ben je vóór dag 5 getest? Dan blijf je in quarantaine omdat je nog corona kunt ontwikkelen. Je kunt op dag 5 opnieuw een test doen. Als die testuitslag negatief is, kun je uit quarantaine.

Scholen doen er verstandig aan ook hun personeel hierop te wijzen, zodat ze na de vakantie niet voor verrassingen komen te staan. 

Voor terugkomst van vakantie na een vakantie wordt de bestaande lijn aangehouden: de school hoeft geen verzuimmelding te doen voor leerlingen, die niet naar school kunnen vanwege het dringende thuisquarantaine advies direct na de vakantie. Het belang van de volksgezondheid is hierbij doorslaggevend.


De school hoeft ook geen verzuimmelding te doen voor kinderen die (met of zonder hun ouders) naar een land reizen waarbij bij thuiskomst dringend geadviseerd wordt in quarantaine te gaan. 


Scholen worden opgeroepen om zoveel als mogelijk met ouders en kinderen te overleggen over de mogelijkheden om kinderen in thuisquarantaine afstandsonderwijs te geven.

In principe wel, hoewel dit een lastig gesprek kan zijn.  Als ouders of leerlingen angst ervaren om weer naar school te gaan, is het belangrijk dat scholen, ouders en leerlingen in gesprek gaan om samen te kijken naar de mogelijkheden die er zijn om onderwijs te volgen. De jeugdgezondheidszorg kan een rol spelen bij de angst voor corona, onder meer door informatie over corona te geven en te adviseren over risico’s in combinatie met andere ziekten of aandoeningen.


Een tijdelijk alternatief onderwijsaanbod kan een mogelijkheid zijn om te zorgen dat leerlingen zo min mogelijk leervertraging oplopen. Dit is echter geen verplichting. Als een leerling vanwege angst voor corona niet naar school gaat, heeft de minister de leerplichtambtenaren opgeroepen om hierniet op te handhaven. 

Op de websites http://www.weeraanwezigopschool.nl en Leven en werken met het coronavirus | NJi, staan informatie en suggesties voor als er sprake is van corona-angst bij de ouder(s) en/of leerlingen.

Vanaf 1 december 2020 is het voor leerlingen en onderwijspersoneel verplicht om op alle scholen in het voortgezet (speciaal) onderwijs een mondkapje te dragen buiten de les. 

Voor het basisonderwijs en speciaal (basis)onderwijs geldt dat mondkapjes niet nodig zijn.


Lees er alles over op de website van de Rijksoverheid


 

Als een leerling geen mondkapje draagt mag de school de leerling dan naar huis sturen? En als school de leerling naar huis mag sturen, is er dan sprake van ongeoorloofd verzuim? 

Is een school in dat geval verplicht onderwijs te verzorgen op school dan wel op een alternatieve manier?


En wat als scholen alternatief onderwijs aanbieden voor die leerling die geen mondkapje draagt, is er dan sprake is van ongeoorloofd verzuim als de leerling het aangeboden onderwijs niet volgt?
 
•    De eerste stap begint bij de school. Als het bevoegd gezag het besluit neemt tot het verplicht dragen van een mondneusmasker, dan wordt dit vastgesteld in het leerlingenstatuut en in de maatregelen die toezien op een veilige leer- en werkomgeving (de arbeidsomstandigheden). De medezeggenschapsraad moet hier mee instemmen. Het is belangrijk dat de school hier een gesprek over voert met leerlingen, ouders/verzorgers en personeel. Er wordt ook nagedacht en gesproken over de passende maatregelen bij het niet voldoen aan de plicht.

•    Er twee situaties te onderscheiden: 
1) De leerling komt niet op school 
2) De leerling komt wel op school en draagt geen mondneusmasker

Antwoord:
(1)    Als een leerling niet op school verschijnt, ongeacht of dit te maken heeft met het niet willen dragen van een mondkapje, gelden de regels zoals deze in de normale situatie gelden. De school gaat eerst het gesprek aan met de leerling en/of ouders/verzorgers over het verzuim. Dit kan leiden tot een verzuimmelding. De school is in ieder geval verplicht om vanaf 16 uur in vier weken een melding te doen van ongeoorloofd verzuim bij de leerplichtambtenaar. De leerplichtambtenaar werkt dan volgens de Methodische Aanpak Schoolverzuim en gaat een onderzoek instellen. In dit geval ligt de keuze om niet op school te komen bij de leerling.
 
(2)    Als een leerling wel op school verschijnt, maar geen mondkapje draagt (en dan niet vanwege medische redenen), dan is het op dat moment aan de school om te bepalen wat er gaat gebeuren. De school zet eerst in op het goede gesprek. De school mag een maatregel treffen wanneer de school dit heeft opgenomen in haar veiligheidsbeleid. Het moet dan gaan om een maatregel die past bij de overtreding. De school bepaalt welke maatregelen dit zijn. In het uiterste geval kan de school een leerling schorsen en later verwijderen. Indien de school besluit tot schorsing of verwijdering van een leerling gelden de algemene artikelen omtrent schorsing en verwijdering voor het voortgezet onderwijs (WVO art. 13 en art. 14).
 
Als school alternatief onderwijs aanbiedt voor die leerlingen die geen mondkapje dragen, dan moet dit programma gevolgd worden. 


 

Het coronavirus vraagt aanpassing van iedereen. Helaas moeten er vakanties worden geannuleerd wegens het coronavirus. Dit is echter geen reden om de vakantie later in het jaar onder schooltijd te laten plaatsvinden. De leerplichtwet biedt in dit geval geen ruimte voor verlof. 

Als een arts concludeert dat het voor een gezinslid niet veilig is als een leerling naar school gaat, dan worden scholen dringend opgeroepen om het gesprek aan te gaan over alternatieve mogelijkheden, zodat de leerling onderwijs kan blijven volgen. De school kan bekijken of het mogelijk is om in overleg met de ouders toch bepaalde (aanvullende) veiligheidsmaatregelen te treffen waardoor de leerling toch naar school kan.


Scholen zijn wel verantwoordelijk voor de continuïteit van het onderwijsaanbod voor alle leerlingen, en worden daarom verzocht zich in te spannen voor een alternatief voor fysiek onderwijs op school.
Scholen worden hierbij niet aan het onmogelijke gehouden. 

Helaas is met de harde lockdown ook deze vraag weer actueel. Blijf in contact en verbinding met de leerlingen en met je contactpersoon op school totdat de scholen weer open gaan. Ingrado maakt zich zorgen over de kinderen die niet worden bereikt. We missen deze kinderen in het onderwijs en we maken ons zorgen over hun veiligheid en over hun recht op onderwijs en ontwikkeling.Scholen zijn de ogen en oren van de gemeenten. Zij kunnen aangeven dat kinderen niet deelnemen aan het afstandsonderwijs of dat ze niet bereikt worden. De signalering dat kinderen niet in beeld zijn, ligt in eerste instantie bij de scholen.

Signalen worden bij leerplicht ingebracht. Op basis daarvan wordt besloten of het wijkteam, jeugd- en gezinscoaches of een leerplichtambtenaar de voorliggende partij is om deze kinderen te benaderen. De regie hiervoor ligt bij gemeente. De afspraak is dat samen bepaald wordt wie een eventueel bezoek ‘aan de deur’ brengt. Daarbij worden de RIVM-richtlijnen gehanteerd. De functie van de leerplichtambtenaar en de RMC-functionaris is daarbij gericht op gedeelde maatschappelijke zorg, waarbij het contact met de leerling en student centraal staat. Het gaat in dit geval niet om het handhaven van de Leerplichtwet.

Na contact met de leerling of student worden afspraken gemaakt over betrokkenheid van het lokale team, Veilig Thuis of jeugdhulpverleningsketen bij het kind of de jongere. Daarbij is dus wel de privacy van belang. Zorg ervoor dat buren/voorbijgangers niet kunnen horen wat er wordt gezegd. Wordt de deur open gedaan, geef dan aan dat je je zorgen maakt om het gezin, omdat er geen contact gemaakt wordt. Vraag of je kunt bellen om te verder te kunnen praten. Ga verder niet in op inhoud maar spreek af wanneer er contact gelegd gaat worden.

Handreikingen voor het gesprek

Ingrado maakte handreikingen voor het gesprek met jongeren en gezinnen. Ook bij een deurgesprek kunnen deze van pas komen. Kijk hier voor de handreikingen: Ingrado - Iedere jongere heeft recht op ontwikkeling

 

 

 

Leerplichtambtenaren zijn van meerwaarde in deze periode. Bijvoorbeeld voor kwetsbare leerlingen of leerlingen voor wie thuis geen veilige basis is. Door toch een verzuimmelding te doen via het verzuimregister, leggen scholen contact met leerplichtambtenaren in dergelijke situaties.

Gemeenten kunnen initiatief nemen om tot een oplossing op maat te komen. Het allerbelangrijkste is dat de leerplichtambtenaar met de school afstemt hoe je samen contact houdt met de leerling en de ouders.

Probeer met elkaar te voorkomen dat leerlingen achterstanden op gaan lopen en stimuleer het volgen van onderwijs.

 

 

  • Voor het afnemen van schoolexamens voor leerlingen in het voorexamenjaar, inclusief vwo4;
  • Voor praktijkgerichte lessen in het vmbo, vso en pro in alle leerjaren; dit zijn beroepsgerichte programma’s, profielmodules en beroepsgerichte keuzevakken op vmbo en praktijkvakken in het pro en vso;
  • Voor leerlingen in het primair onderwijs met één of twee ouders met een cruciaal beroep;
  • Voor leerlingen in kwetsbare posities, waarbij de school samen met de gemeente bepaalt om welke individuele leerlingen het gaat. Hierbij wordt bijzondere aandacht gevraagd voor so, sbo en nieuwkomers;
  • Voor het vso en het pro geldt dat het overgrote merendeel van de leerlingen praktijkgericht onderwijs volgt en/of zich in een kwetsbare positie bevindt. Dit betekent in de praktijk dat nagenoeg alle vso- en pro-scholen volledig open zijn en fysiek onderwijs hier de norm blijft.

Kijk voor meer informatie op de site van de Rijksoverheid.

 

 

 

Wanneer uw school constateert dat een leerling het programma niet volgt en de wettelijke meldingsplicht nog niet is ontstaan, maar er wel zorgen zijn om een leerling, dan kan een school met het oog hierop een melding doen via het verzuimregister in de categorie ‘overig verzuim’.

De school en de leerplichtambtenaar stemmen met elkaar af hoe contact wordt gehouden met de leerling en zijn of haar ouders om tot een oplossing te komen.

 

Een online verhoor is een verhoor via bijvoorbeeld Skype, Zoom of Microsoft Teams.

Ouders en jongere hebben recht op een goed verhoor. Het doel van een verhoor is, naast het vaststellen van de verwijtbaarheid, het maken van afspraken met school en andere relevante ketenpartners om ervoor te zorgen dat de jongere het aangeboden lesprogramma weer (volledig) gaat volgen. Er worden afspraken gemaakt over de toekomst, om verder verzuim van het aangeboden lesprogramma te voorkomen.

Een verhoor online afnemen kan dus. Het is voldoende wanneer de BOA het proces-verbaal digitaal ondertekent. Bij voorkeur ondertekent de verdachte zijn/haar verklaring.

Wanneer een behandelend (kinder)arts adviseert om niet naar school te gaan, ook niet met eventueel extra beschermende maatregelen, moet worden aangesloten bij de bepalingen zoals deze ook gelden voor leerlingen die vanwege een medische aandoening niet naar school kunnen gaan.

Voor specifiek deze leerlingen zijn scholen verplicht om een alternatief onderwijsaanbod te verzorgen. Afstandsonderwijs kan fungeren als alternatief onderwijsaanbod.

Er is overleg tussen ouders, leerling en school nodig over wat daarin mogelijk is. Mochten ouders problemen ervaren in het overleg tussen school, ouders en leerling dan kan door de ouders contact worden opgenomen met de Inspectie van het Onderwijs.

Indien het verplichte onderwijsprogramma (deels) bestaat uit online of afstandsonderwijs, en een leerling daar niet aan mee doet, dan moeten scholen het ongeoorloofd verzuim in dat geval ook melden.

Kijk hier voor meer vragen en antwoorden van OCW over de heropening van scholen voor po, vo en sbo: Ingrado - Iedere jongere heeft recht op ontwikkeling

Is het testen verplicht? Nee. Testen is nooit verplicht.

Kan een leerling zelf bepalen of hij/zij getest wil worden, of moet een ouder toestemming geven? Vanaf 16 jaar mag een leerling dit zelf bepalen. Bij een leerling van 12 tot 16 jaar is toestemming van de leerling èn van een ouder of voogd nodig.

Mag een school om een bewijs van een negatieve coronatest vragen? Nee, dit mag niet.

Mag een school een leerling toegang weigeren als ze daar redenen voor zien? Scholen hebben een wettelijke zorgplicht voor een veilig schoolklimaat. Op basis daarvan mogen ze een leerling weigeren of naar huis sturen, als ze daar een goede reden voor hebben. Dit mag ook als een leerling bijvoorbeeld waterpokken heeft of ernstige griepsymptomen.

 

Voor leerlingen op de basisschool geldt dat zij bij een neusverkoudheid ook thuis moeten blijven. De eerder vastgestelde handreiking neusverkouden kinderen (de ‘snottebellenrichtlijn’) geldt niet meer. Het antwoord staat op de website van het RIVM, https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen Dit is een verplichting en het kind moet in quarantaine gaan.

Om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan gelden er een aantal regels voor kinderen: zij mogen niet in alle gevallen naar de kinderopvang en/of school. De beslisboom is een overzichtelijke, schematische weergave van de regels van het RIVM. Het RIVM heeft de beslisboom gecontroleerd en goedgekeurd. Het is heel belangrijk dat de beslisboom altijd van boven naar beneden wordt doorlopen. Begin bij de startvraag en beantwoord de vragen in de juiste volgorde tot je een antwoord hebt. Je vindt de beslisboom hier: http://www.boink.info/beslisboom

Ook na de heropening van de scholen in het vo en vso krijgen leerlingen nog deels afstandsonderwijs.

Als het verplichte onderwijsprogramma (deels) bestaat uit online of afstandsonderwijs, en een leerling daar niet aan mee doet, dan moeten scholen het ongeoorloofd verzuim melden.

Ouders dragen er zorg voor dat hun kind deelneemt aan het afstandsonderwijs.

Het oplopen van achterstanden bij leerlingen moet worden voorkomen. Alhoewel er formeel geen verplichting is voor scholen om in het geval van bijvoorbeeld angst voor corona een alternatief onderwijsprogramma aan te bieden, is het belangrijk om waar mogelijk te zorgen voor onderwijs.

De jeugdgezondheidszorg kan een rol spelen bij het verminderen van de angst voor corona, onder meer door informatie over corona te geven en te adviseren over risico’s in combinatie met andere ziekten of aandoeningen.

1. Verschijnt een leerling niet op school, ga als school het gesprek aan met deze leerling en zijn of haar ouders om samen te kijken naar een oplossing.

2. Kijk of een alternatief onderwijsprogramma mogelijk is gedurende de periode dat de leerling niet naar school komt.

3. Win als school expertise in, bijvoorbeeld bij jeugdgezondheidszorg, het samenwerkingsverband, onderwijs(zorg)consulenten en leerplicht om samen met de leerling en zijn of haar ouders te kijken hoe bijvoorbeeld de angst voor corona kan worden verminderd.

Op de websites https://www.weeraanwezigopschool.nl/ en https://www.nji.nl/coronavirus staan informatie en suggesties voor als er sprake is van corona-angst bij de ouder(s) en/of leerlingen.

Alleen in gevallen waarin de school het gesprek heeft gevoerd, de school een alternatief onderwijsaanbod heeft gedaan, de hulp van derden is ingeschakeld en de leerling alsnog niet terug naar school komt of niet deelneemt aan het aangeboden onderwijsprogramma, moet de school een melding van verzuim doen.

Als een leerling vanwege angst voor corona niet naar school gaat, heeft de minister de leerplichtambtenaren opgeroepen om hier niet op te handhaven.

In- en uitschrijven

Voor toelating tot de entree opleiding moet volgens artikel 8.1.1.b WEB een jongere kwalificatieplichtig zijn, dus niet meer volledig leerplichtig.

Volgens artikel 3 van de Leerplichtwet eindigt de volledige leerplicht het schooljaar volgend op het jaar waarin de leerling 16 jaar is geworden of wanneer een jongere 12 jaar onderwijs heeft gehad. Lid 2 geeft aan dat de basisschool als 8 jaar telt. 

Een leerling die 4 jaar vmbo heeft gehad en nog geen 16 jaar is op 1 augustus, is kwalificatieplichtig en  toelaatbaar tot de entree opleiding (als er ook aan de andere voorwaarden is voldaan).

Indien de leerling nog valt onder de volledige leerplicht dan is er een vervangende leerplicht op grond van LPW artikel 3b nodig. Als dit niet geregeld is, dan ontvangt de entreeopleiding geen financiering voor de leerling.  

In de praktijk komt het voor dat een volledig leerplichtige leerling na overleg tussen het voortgezet onderwijs en het mbo al is gestart bij de entree opleiding. In dat geval moet de vrijstelling op grond van LPW artikel 3b alsnog worden geregeld.

Een school kan inderdaad weigeren om een jongere in te schrijven als niet beide ouders toestemming geven tot inschrijving.

Er zijn meerdere uitspraken door rechters gedaan dat één ouder niet tot inschrijving op een school had mogen overgaan. Ook scholen kunnen daarop aangesproken worden. 

Een ouder kan wel een verzoek indienen bij de rechter om toestemming voor een schoolinschrijving te krijgen als de andere ouder niet meewerkt.

Volgens artikel 253a lid 6 boek 1 BW zal een rechter een verzoek van de ouders binnen 6 weken behandelen.

Uit jurisprudentie blijkt dat ook de rechterlijke macht deze weg volgt als het gaat om een schoolkeuze. Ouders dienen het samen eens te zijn over de schoolkeuze. Komen zij hier niet uit dan dienen zij dit aan de rechter voor te leggen. Zie het volgende citaat uit een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden op 10 november 2009 (LJN: BK2889):

"Wanneer partijen er niet in slagen tot een gezamenlijke beslissing te komen omtrent de schoolkeuze biedt artikel 1:253a BW hun de mogelijkheid het geschil aan de rechter voor te leggen. Het hof constateert dat gesteld noch gebleken is dat partijen die weg betreffende hun geschil over de schoolkeuze hebben gevolgd. De vrouw heeft [het kind] ingeschreven op de [school] zonder dat de man met die inschrijving heeft ingestemd. Daarmee heeft zij naar het oordeel van het hof haar bevoegdheden als (slechts) één van de met het gezag belaste ouders overschreden en heeft zij tevens gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 1:253a BW. Dat betekent echter niet dat de vorderingen van de man betreffende de schoolkeuze toewijsbaar zijn. Voor de al dan niet toewijsbaarheid van deze vorderingen is, zoals hiervoor is overwogen, het belang van [het kind] de maatstaf."

Een leerplichtambtenaar kan een ouder niet dwingen om mee te werken aan een inschrijving. Ouders dienen hier samen uit te komen.

Een leerplichtambtenaar kan de ouders op de gevolgen wijzen als zij er niet uit komen, bijvoorbeeld een leerachterstand die gaat ontstaan als hun kind niet ingeschreven wordt.

Komt de leerplichtambtenaar met de ouders er niet uit, dan moeten de ouders aan de rechter vragen hierover een besluit te nemen. Leggen de ouders het niet voor aan de rechter, maar blijven ze strijden over de schoolkeuze dan kan de leerplichtambtenaar een proces-verbaal opmaken betreffende absoluut verzuim, indien de jongere niet ingeschreven staat.

Een jongere die in de JJI verblijft, wordt geplaatst op een (VSO) school binnen de JJI. Er vindt een inschrijving plaats op die school. Op basis daarvan kan de oude school de leerling uitschrijven. Dat betekent dat wanneer de jongere uit detentie komt niet automatisch de school van herkomst de leerling dient in te schrijven. Voordat de leerling vrij komt, wordt de jongere doorgegeven aan het netwerkberaad. Zij zullen op zoek moeten naar een dagbesteding/school voor de jongere. Het is voorstelbaar dat er een beroep wordt gedaan op het samenwerkingsverband.

Indien de jongere slechts een korte periode verblijft in de JJI of andere instelling is het voorstelbaar dat er afspraken worden gemaakt met de school van herkomst om de leerling wel opnieuw aan te nemen.

Indien er geen nieuwe schoolinschrijving volgt bij opname kan de leerling ook op geoorloofd afwezig worden gezet in de registratie en loopt de schoolinschrijving gewoon door.

Zie ook de handreiking onderwijstraject voor, tijdens en na gesloten verblijf.

In artikel 10 van de Leerplichtwet is opgenomen dat een leerling alleen kan worden uitgeschreven wanneer er een andere schoolinschrijving is of een vrijstelling.

Als de leerling vertrekt zònder dat ouders aannemelijk hebben gemaakt dat de leerling op een andere school is ingeschreven, dan schrijft de school de leerling nog niet uit. De school meldt de afwezigheid van de leerling als ongeoorloofd verzuim via het DUO-verzuimloket aan de leerplichtambtenaar.

Als de leerling niet op school komt en school heeft van derden vernomen dat de leerling bijvoorbeeld naar het buitenland is vertrokken of verhuisd is, dan geldt het volgende: als de ouders dit niet zelf aan school hebben doorgegeven, blijft de leerling ingeschreven op school en school meldt de afwezigheid als ongeoorloofd verzuim via het DUO-verzuimloket aan de leerplichtambtenaar. 

Bij DUO geldt de volgende afspraak: als de school twijfels of zorgen heeft over een goede overstap naar de nieuwe school, dan schrijft DUO de leerling pas uit na overleg met de leerplichtambtenaar. Als school de leerling heeft uitgeschreven maar hij of zij staat nog wel ingeschreven in Nederland, dan krijgt de leerplichtambtenaar hiervan automatisch een melding. Op basis hiervan stelt de leerplichtambtenaar een onderzoek in. Alle leerplichtige kinderen die in Nederland wonen moeten immers naar school.  

Er zijn meerdere hulpmiddelen voor scholen en leerplicht om de afweging te maken rond de vraag of een leerling kan worden uitgeschreven. De belangrijkste hierbij is natuurlijk het gesprek met de ouders en de leerling zelf: wat gaat de leerling doen na de eventuele uitschrijving?  En hoe blijft het recht op ontwikkeling beschermd bij de uitschrijving? Is de zorgplicht nog van kracht? Vragen die we zeker in zo’n situatie de revue kunnen laten passeren, vragen die ook passen bij de signalering- en analyse fase van de methodische aanpak schoolverzuim.

Tips en routes bij de uitschrijving:

https://duo.nl/zakelijk/primair-onderwijs/leerlingenadministratie/uitschrijven-leerling.jsp

https://duo.nl/zakelijk/voortgezet-onderwijs/leerlingenadministratie/uitschrijven-leerling.jsp

Kan de school de leerling inschrijven zonder dat het voor anderen zichtbaar wordt?

DUO heeft hier een speciale procedure voor waardoor het niet inzichtelijk is waar de leerling staat ingeschreven op school. 

Heb je te maken met een leerling in een onveilige situatie, neem dan contact op met DUO (kijk op de website onder het kopje 'leerling in onveilige situatie'.

Ja, de jongere is nog leerplichtig.

Volgens artikel 1b van de Leerplichtwet, rusten de verplichtingen en bevoegdheden die in de Leerplichtwet zijn toebedeeld aan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen, door de meerderjarigheidsverklaring, bij de leerplichtige meerjarige jongere zelf.

De jongere is dus zelf verantwoordelijk voor het inschrijven op een school en de verplichtingen die daarop volgen, zoals geregeld schoolbezoek.

Nee, de leerplichtambtenaar mag in dit geval geen proces-verbaal opmaken tegen de leerplichtige jongere,

De verplichting om de jongere in te schrijven ligt alleen bij de in artikel 2 van de Leerplichtwet bedoelde verantwoordelijke personen, dus bij degene die het gezag over de jongere uitoefent en bij degene die met de feitelijke verzorging van de jongere is belast.

Het MBO mag studenten die vallen onder de werking van de Leerplichtwet 1969 niet uitschrijven.

Dit mag wel als de student ingeschreven wordt op een andere instelling of bij een verwijderingsprocedure na 8 weken inspanningsverplichting zonder succes. 

De bepalingen over toelating en langdurige afwezigheid gelden ook voor het niet bekostigd onderwijs, volgens artikel 58 Wet voortgezet onderwijs.

Uitschrijving daarentegen is niet opgenomen in dit artikel.

Dat houdt in dat een particuliere school de leerling mag uitschrijven zonder dat daartegenover een school staat die bereid is de leerling toe te laten.

Deelnemers van het MBO die niet meer onder de leerplichtwet vallen, mogen worden uitgeschreven als zij zonder geldige reden verzuimen.

In artikel 8.1.8a van de Wet educatie- en beroepsonderwijs staat: als een jongere vier weken of door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden verzuimt, dan moet de opleiding dit melden en dan mag de opleiding deze jongere uitschrijven. Deze jongere is dan een voortijdig schoolverlater.

Een andere mogelijkheid is een officiële verwijdering, indien de jongere zich niet houdt aan de afspraken. Deze verwijdering moet onverwijld worden medegedeeld aan de gemeente.

Als een leerplichtige leerling als gevolg van een negatief studieadvies wordt uitgeschreven, dan moet het mbo acht weken op zoek naar een andere opleiding.

Hierbij gelden dezelfde regels als bij verwijdering, zoals opgenomen in artikel 8.1.3 lid 5 Web:

"Definitieve verwijdering van een deelnemer waarop de Leerplichtwet 1969 van toepassing is, vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere instelling, een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel een instelling als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Leerplichtwet 1969 bereid is de deelnemer toe te laten. Indien aantoonbaar gedurende 8 weken zonder succes is gezocht naar een zodanige instelling of school waarnaar kan worden verwezen, kan in afwijking van de eerste volzin tot definitieve verwijdering worden overgegaan."

Het is aan de leerlingen om te bepalen of aan de aantoonbare inspanning is voldaan. Indien er te weinig inspanning is gepleegd kan de school daarop worden aangesproken door de inspectie of door de rechter. Dit gebeurt in de meeste gevallen niet omdat de leerling die stap niet neemt.

Zijn de 8 weken van de inspanningsverplichting voorbij, dan mag de school de leerling uitschrijven. Deze leerling telt dan wel mee als vsv-er.

Het geven van een bindend studieadvies is opgenomen in artikel 8.1.7a. Bindend studieadvies.

Artikel 8.1.7a. Bindend studieadvies

  1. Het bevoegd gezag brengt aan iedere deelnemer die is ingeschreven in een entreeopleiding uiterlijk binnen vier kalendermaanden na aanvang van de opleiding advies uit over de voortzetting van zijn opleiding.
  2. Aan een advies als bedoeld in het eerste lid kan het bevoegd gezag een besluit tot ontbinding van de onderwijsovereenkomst, bedoeld in artikel 8.1.3, verbinden. De ontbinding is slechts gerechtvaardigd indien de deelnemer naar het oordeel van het bevoegd gezag, met inachtneming van zijn persoonlijke omstandigheden, onvoldoende vordering heeft gemaakt in de opleiding. Het bevoegd gezag kan van de bevoegdheid krachtens dit lid slechts gebruikmaken indien het gezorgd heeft voor zodanige voorzieningen dat de mogelijkheden voor goede voortgang van de opleiding zijn gewaarborgd.
  3. Van de deelnemer waarvan de onderwijsovereenkomst op grond van het tweede lid is ontbonden, wordt de inschrijving voor de desbetreffende entreeopleiding aan de betrokken instelling beëindigd. De deelnemer kan niet opnieuw aan die instelling voor die opleiding worden ingeschreven.
  4. Het bevoegd gezag stelt ter uitvoering van de voorgaande leden nadere regels vast. Deze regels hebben in elk geval betrekking op de te behalen studieresultaten en de voorzieningen, bedoeld in het tweede lid.
  5. Tegen het advies, bedoeld in het eerste lid, staat binnen twee weken na het uitbrengen van het advies, beroep open bij de Commissie van beroep voor de examens, bedoeld in artikel 7.5.1. De artikelen 7.5.1 tot en met 7.5.4 zijn van overeenkomstige toepassing.

 

Indien een jongere op de entree opleiding zijn diploma haalt, dan schrijven ze hem uit, want er is voldaan aan de onderwijsovereenkomst.

Een van de volgende situaties is van toepassing:

1. Met het diploma is de student toelaatbaar tot niveau 2

2. De student heeft het uitstroomprofiel arbeid meegekregen. Dat betekent dat de jongere niet in staat is om niveau 2 te halen.

 

(1) Kan de jongere naar niveau 2 dan dient hij zich aan te melden. De mbo-instelling kan de leerling helpen om zich aan te melden bij de juiste niveau 2 opleiding.

(2) Haalt de student zijn diploma niveau 1 met uitstroom arbeid en is hij nog 17 jaar, dan is hij volgens de wet nog kwalificatieplichtig, alleen heeft hij het hoogst haalbare bereikt. Er ontstaat dan absoluut verzuim, omdat er geen nieuwe inschrijving komt. Het advies is om hier geen vrijstelling te geven, maar in het leerplichtadministratiesysteem aan te geven dat er sprake is van absoluut verzuim, maar dat het hoogst haalbare is bereikt en dat de leerling overgedragen wordt naar het RMC. Vanuit RMC kan er dan samen met de jongere gezocht worden naar een passende werkplek.

Jongeren in kwetsbare positie
Indien de leerling uitstroom arbeid heeft meegekregen dan kan de entree opleiding de jongere wel begeleiden of adviseren richting arbeid, door samen de mogelijkheden te bekijken. Daarnaast kan er afstemming gezocht worden met RMC, omdat het een jongere in kwetsbare positie betreft, waarbij er een taak ligt bij de gemeente om deze jongere te registreren en te monitoren. Samen kan er dan gekeken worden naar wat de meest passende plek voor de jongere is.

In de wet is opgenomen dat een leerling kwalificatieplichtig dient te zijn om toegelaten te worden tot een entree opleiding en niet mag voldoen aan de vooropleidingseisen van een andere basisopleiding (MBO 2 of hoger). De enige reden waarop een MBO vervolgens nog kan weigeren is als een jongere al 2 jaar een entree opleiding heeft gevolgd.

Zie Artikel 8.1.1b Wet educatie en beroepsonderwijs

Specifieke situaties

Wat als een jongere gedetineerd heeft gezeten?

Ook dan geldt dat het MBO de leerling niet mag weigeren, tenzij hij of zij al 2 jaar entree onderwijs heeft gevolgd.

Wat als een jongere een bindend studieadvies heeft gekregen?

Als een jongere een bindend studie advies heeft gekregen dan eindigt de onderwijsovereenkomst. Bij een 18-minner geldt dan dat het mbo een inspanningsverplichting van 8 weken heeft om een andere opleiding te vinden. Een 18-plusser kunnen zij uitschrijven, maar dan ontstaat er wel een voortijdig schoolverlater.

Een bindend studieadvies geldt voor de opleiding die de jongere volgt aan de instelling. Bijvoorbeeld: A. volgt de entree opleiding autotechniek bij een ROC en krijgt een bindend studieadvies. A. mag nu binnen het ROC wel een andere entree opleiding starten of de entree opleiding autotechniek bij een ander ROC gaan volgen (zolang A. niet al 2 jaar ingeschreven stond bij een entree opleiding).

Zie Artikel 8.1.7a Wet educatie en beroepsonderwijs

Als de school een 18 plus leerling wil uitschrijven dan moeten zij hem verwijderen volgens de procedure. Dat betekent dat ze de jongere gewaarschuwd moeten hebben, dat bij herhaald verzuim dit leidt tot een verwijdering. Er moet een goed onderbouwd dossier zijn. De jongere mag er bezwaar tegen indienen.

Indien een leerling langere tijd aaneengesloten afwezig is, dient de school een melding te doen bij DUO, waardoor de tegemoetkoming onderwijsbijdragen scholieren voor deze leerling wordt stopgezet. Zie onderstaand artikel.

Artikel 27a. WVO Controle op langdurige afwezigheid

  1. Het bevoegd gezag stelt van iedere aan de school ingeschreven leerling die valt onder de werking van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, vast, of deze leerling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. In afwijking van de vorige volzin kan Onze Minister bepalen dat voor soorten van voortgezet onderwijs de in die volzin bedoelde vaststelling wordt gedaan indien een ingeschreven studerende in een of meer vakken of andere programma-onderdelen niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Onder afwezigheid met geldige reden wordt verstaan afwezigheid wegens ziekte van de leerling, welke ziekte uitsluitend kan worden aangetoond door middel van een gedagtekende verklaring van een arts, en afwezigheid wegens bijzondere familie-omstandigheden.
  2. Het bevoegd gezag meldt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van vier weken aan de leerling dat daarvan in de administratie van de school aantekening is gemaakt en verzoekt de leerling om opgaaf van de reden van de afwezigheid. Het bevoegd gezag doet daarbij mededeling van de opgave van de gegevens van de deelnemer, bedoeld in artikel 28a, eerste lid.
  3. Uiterlijk op de vijfde werkdag na de periode van 8 weken stelt het bevoegd gezag vast
    a. of de reden die de leerling binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken gaf voor zijn afwezigheid, een geldige is, of
    b. dat de leerling binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken geen reden heeft opgegeven voor zijn afwezigheid.
  4. Het bevoegd gezag stelt tevens uiterlijk op de vijfde werkdag na afloop van de periode van 8 weken vast of de leerling voor het einde van die periode weer aan het onderwijs is gaan deelnemen.
  5. Het bevoegd gezag meldt uiterlijk de vijfde werkdag na afloop van een periode van 8 weken aan Onze Minister de leerling die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder opgave van geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Tevens meldt het indien die leerling voor het einde van de periode van 8 weken weer aan het onderwijs is gaan deelnemen de datum ervan.
  6. De periode van 5 weken en de periode van 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. Zij wordt geacht niet te zijn onderbroken door deze vakantieweken.
  7. Het bevoegd gezag stuurt gelijktijdig met de mededelingen, bedoeld in het vijfde lid, een afschrift van de gegevens die over de betrokken leerling aan Onze Minister zijn verstrekt aan deze betrokkene. Het bevoegd gezag geeft daarbij tevens aan dat afwezigheid als bedoeld in het eerste lid, gevolgen heeft voor de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten van betrokkene op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, alsmede welke beroepsgang voor betrokkene tegen de mededeling, bedoeld in het vijfde lid, open staat. 

Een jongere van bijvoorbeeld 15 jaar kan worden toegelaten tot het mbo als hij niet meer leerplichtig is. Dit kan bijvoorbeeld wanneer deze jongeren in het po een klas heeft overgeslagen. De gehele periode in het po telt voor de Leerplichtwet mee als 8 jaren onderwijs. Indien een leerling 12 jaar onderwijs heeft gevolgd wordt hij kwalificatieplichtig en is daarmee dus toelaatbaar tot het mbo (indien hij of zij aan de toelatingsvoorwaarden heeft voldaan).

Let op: in verband met de leeftijd is stage lopen of werken maar minimaal mogelijk, daarom is het volgen van een BBL-opleiding bijna niet mogelijk.

De opleiding heeft dus wellicht redenen om te weigeren, maar niet alleen op grond van de leeftijd.

 

De vo-school moet de leerling uitschrijven want hij heeft zijn diploma behaald. De vo-school moet tot 1 oktober actief op zoek naar een vervolgopleiding, omdat de jongere zijn startkwalificatie nog niet heeft gehaald en daarmee een vsv-er wordt als er geen nieuwe schoolinschrijving is.

Zie voor meer informatie dit stroomschema van DUO.

Een jongere die onder de kwalificatieplicht valt (met uitzondering jongeren van 15 jaar die toestemming hebben voor vervangende leerplicht op grond van artikel 3b Lpw), geen diploma heeft en niet al twee jaar entree opleiding heeft gevolgd, mag niet geweigerd worden.

In artikel 8.1.1b van de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web) is de volgende tekst opgenomen:

Artikel 8.1.1b. Toelating entreeopleiding

  1. Onverminderd de artikelen 8.1.1, 8.1.2 en 8.1.7b, staat de toelating tot de entreeopleiding uitsluitend open voor degenen die niet ten minste voldoen aan de vooropleidingseisen van de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 8.2.1, vierde lid, en op wie paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is, met uitzondering van degenen ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 3b van de Leerplichtwet 1969.
  2. Het bevoegd gezag kan de toelating tot de entreeopleiding slechts weigeren indien diegene die om toelating verzoekt in de afgelopen twee studiejaren bij een instelling was ingeschreven voor een entreeopleiding.

 

Er geldt geen maximale termijn voor de entreeopleiding. Echter, de overheidsfinanciering beslaat maar 2 jaren.

Een jongere mag dus, nog een extra jaar doen over de entreeopleiding, alleen ontvangt het mbo dan geen bekostiging.

Als een student bij zijn aanmelding nog geen beroepspraktijkvormingsovereenkomst met een erkend leerbedrijf heeft, mag de student niet worden geweigerd, ook niet in de bbl. De student én de mbo-school hebben vanaf 1 april immers nog een aantal maanden om een bpv-plek te zoeken. Daarbij heeft de mbo-school de verplichting om de student te helpen in zijn zoektocht naar een bpv-plek. Indien op 1 januari van het eerste studiejaar de student nog geen bpv-plek heeft, kan de onderwijsovereenkomst met de student worden ontbonden, indien het ontbreken van een bpv-plek als reden voor ontbinding in de onderwijsovereenkomst is opgenomen. Dat betekent dat hij moet stoppen met betreffende bbl-opleiding. De mbo-school heeft dan gedurende acht weken de plicht om de student te ondersteunen bij de overstap naar een andere geschikte opleiding, zoals de bol-variant van de betreffende opleiding.

Ja, dat mag. Zolang de aanvraag om als particuliere school erkend te worden loopt, mogen leerlingen ingeschreven worden. 

 

Einde leerplicht:

De leerplicht duurt tot en met het einde van het schooljaar. Een kind dat 16 jaar wordt, moet het schooljaar dus eerst nog afmaken. Een schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli. Als een kind minimaal 12 volledige schooljaren naar school is geweest, is de leerplicht ook afgelopen. Een groep overslaan op de basisschool telt mee als volledig schooljaar. 

Kwalificatieplicht voor jongeren van 16 en 17:

Jongeren tussen 16 en 18 jaar die geen startkwalificatie hebben, hebben een kwalificatieplicht. Een startkwalificatie is (minimaal) een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger). Als een leerling onderwijs heeft gevolgd in het uitstroomprofiel arbeidsmarktgericht of dagbesteding op het voortgezet speciaal onderwijs (vso), is deze niet meer kwalificatieplichtig.  

De kwalificatieplichtige jongeren moeten volledig dagonderwijs volgen. Ze mogen niet voltijd werken. Volgt een leerling de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in het mbo? Dan kan hij leren en werken combineren. 

In dit geval betekent het dat de jongere niet meer leerplichtig is, maar nog wel kwalificatieplichtig. 

 

 

De deadline voor aanmelding bij het vervolgonderwijs wordt verschoven. Iedereen die na de zomer wil starten met een vervolgopleiding in het mbo krijgt een maand extra tijd om zich aan te melden.

Voor vmbo-leerlingen betekent dit dat zij zich voor 1 mei 2021 moeten aanmelden om toelatingsrecht te hebben tot de mbo-opleiding (dit was 1 april).

Privacy (o.a. AVG)

 

Een jongere vanaf 16 jaar moet zelf toestemming geven voor het verwerken van zijn/haar persoonsgegevens. Als een jongere aangeeft dat hij/zij liever niet met jou in gesprek wil als zijn ouders erbij zijn dan dien je dit te respecteren. Ouders kunnen hier niet tegen in gaan.
 
Ouders zijn vanuit de leerplichtwet verantwoordelijk voor het schoolverzuim van hun minderjarig kind. Dit betekent dat je hen de feitelijkheden rondom het verzuim moet meedelen. Dit mag ook vanuit de privacywetgeving. Je mag hen vertellen dát er verzuim is, hoe vaak en wanneer. Je mag hen alleen niet vertellen wat de jongere (hun kind) als reden voor het verzuim heeft gegeven als deze jongere hier niet voorafgaand toestemming voor heeft verleend. De inhoud van het gesprek met de jongere over het verzuim mag je dan niet meedelen aan ouders.  
 
Als een jongere aangeeft dat hij/zij niet tegelijk met ouders in gesprek wil met jou over het verzuim dan moet je dit te respecteren en vastleggen in zijn/haar verklaring. Ook ouders dienen dit te respecteren.


Een tip is om dan eerst in gesprek te gaan met de ouders. Dan kan je namelijk ook niets vertellen over de inhoud van het gesprek met de jongere, want dit heeft dan nog niet plaats gevonden.

Allereerst  neem je als leerplichtambtenaar contact op met het gezagregister. De rechtbank beheert dit register. Op deze wijze is bekend bij wie het gezag ligt. Beide ouders, met gezag, zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor het geregeld schoolbezoek en de inschrijving op een school.

Ouders hebben zelf een wettelijke informatie- en consultatieplicht naar elkaar. Bij een vechtscheiding wordt hier in het algemeen niet aan voldaan en proberen ouders informatie bij leerplicht te krijgen, bijvoorbeeld waar staat het kind op een school ingeschreven of wat heeft de andere ouder verteld indien er sprake is van schoolverzuim.

Een inschrijving op een school kan niet plaatsvinden als beide ouders daar niet voor getekend hebben. Is dat wel gebeurd dan is er dus iets anders aan de hand. Verwijs de ouders in dat geval door naar elkaar of naar de rechter.

Is er sprake van schoolverzuim, dan worden in principe beide ouders geïnformeerd, aangezien zij beide verantwoordelijk zijn. De inhoud van de gesprekken met de andere ouder kunnen alleen worden medegedeeld als hiervoor toestemming is.

Zorg ervoor dat beide ouders dezelfde informatie ontvangen.

In de Leerplichtregeling 1995 is de volgende tekst opgenomen:

Artikel 3. Verantwoordelijkheid burgemeester en wethouders

  1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een administratie van de leerlingen die als ingezetenen met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
  2. Indien van een leerling in de basisregistratie personen een adres in een andere gemeente wordt opgenomen, zenden burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling laatstelijk zijn adres had de administratieve gegevens van de leerling aan die andere gemeente.

Het dossier kan dus worden doorgezonden. Wel dient er bij derden (school, zorgpartners enzovoort) te worden nagevraagd of hun informatie meegezonden mag worden.

Voor 18+ bestaat deze regeling niet. Indien een 18+ jongere verhuist dient hij toestemming te verlenen voor het overdragen van zijn dossier.

Als leerplichtambtenaar nodig je naar aanleiding van een verzuimmelding beide ouders uit. In de meeste gevallen komt de ouder waar de jongere op dat moment verblijft op gesprek. Als de andere ouder ook het gezag heeft over de jongere dan wordt deze ouder geïnformeerd over het gesprek. Dit betreft niet de inhoud van het gesprek maar de verzuimmelding en de vervolgacties van de leerplichtambtenaar.

Met ingang van 1 augustus 2020 is de wet register onderwijsdeelnemers in werking getreden. Deze wet regelt de instelling van een register van onderwijsdeelnemers. Het register onderwijsdeelnemers vervult de functie van vier voormalige registers: het basisregister onderwijs, het register vrijstellingen en vervangende leerplicht, het meldingsregister relatief verzuim en het diplomaregister.

In het besluit register onderwijsdeelnemers is opgenomen welke gegevens van onderwijsdeelnemers op welke manier en met welke partijen gedeeld en verwerkt mogen worden. Dit betreft ook de verzuimgegevens van onderwijsdeelnemers, zie paragraaf hiervoor 2.3. Het besluit register onderwijsdeelnemers vervangt het besluit verzuimmelding dat is komen te vervallen per 1 juli 2020. 

Voor de volledige tekst zie: Besluit register onderwijsdeelnemers

Ja, in de wet staat dat de RMC-administratie is gekoppeld aan leerplicht. De basis om dit te mogen zit onder andere in het volgende wetsartikel van de Wet Voortgezet Onderwijs (WVO):
Artikel 118h. Bestrijding voortijdig schoolverlaten door gemeente
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge artikel 28 heeft gemeld of waarover zij op grond van artikel 28a of op grond van artikel 24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht beschikken. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in artikel 118g bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de Leerplichtwet 1969. Voor de uitvoering van de eerste en tweede volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.


Dit betekent ook dat je leerplichtgegevens mag delen met RMC.

Ja, er is een wettelijke verplichting op grond van toezicht op de naleving van de leerplichtwet 1969, artikel 19 Lpw:
Burgemeester en wethouders controleren, of de jongeren die als ingezetene in de Basisregistratie personen zijn ingeschreven en nog leerplichtig of kwalificatieplichtig zijn, overeenkomstig de bepalingen van deze wet als leerling of deelnemer staan ingeschreven.

Ook de gegevens van de ouders/verzorgers mag je verwerken. Immers, het is de verantwoordelijkheid van ouders om ervoor te zorgen dat hun kind naar school gaat. Alle regelingen rondom de leerplicht zijn ook op de ouders gericht.

Ja, dat mag. De leerplichtambtenaar vraagt in het begin van het verzuimproces aan de ouders wie benaderd mag worden om informatie op te vragen rondom verzuim. Dat hoeft dus niet meer te worden gedaan. Zij zijn hiervan namelijk al op de hoogte.

Afspraken horen ook bij het proces-verbaal om aan te tonen dat je geprobeerd hebt ouders/leerling ertoe te bewegen om het verzuim te doen eindigen, conform artikel 22 Lpw (Onderzoek door leerplichtambtenaar).

Toestemming kan alleen maar gebruikt worden als dit een wettelijke grondslag heeft. Als die er niet is dan moet het een 'vrije wilsuiting' zijn die geen consequenties mag hebben. Dat betekent dat de betrokkene een echte keuze heeft en geen nadelige gevolgen mag ondervinden als hij toestemming weigert of intrekt.

Bij overheidsorganisaties noemt de AVG het onwaarschijnlijk dat een burger volledig ongedwongen zijn toestemming kan verlenen. Meer hierover lees je bij het onderwerp toestemming.

Er is in deze situatie géén sprake van uitbesteding van RMC-taken. Elke gemeente is zelf wettelijk verantwoordelijk voor de registratie, voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs en arbeidsmarkt en voor het onderhouden van dit systeem.

Voor het gebruik van Suwi moeten de medewerkers die het gaan gebruiken en die niet in dienst zijn van de contactgemeente een gebruikersovereenkomst ondertekenen waarmee de veiligheid en het gebruik van de gegevens wordt beschermd.

 

Nee, dat mag niet. Je mag alleen maar gegevens vastleggen die te maken hebben met het werk waarvoor je bent aangesteld. Voor RMC is dit iets ruimer dan bij leerplicht, namelijk vsv'ers registreren, zorgen voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs en arbeid en dit systeem onderhouden. Dat is je wettelijke grondslag.

Als je de informatie die je van de jongere krijgt daaraan kunt relateren, dan kun je ver gaan in wat je vastlegt. Uiteraard wel zo beperkt mogelijk de gegevens verwerken (nice to know / need to know). Houd er wel rekening mee dat je bijzondere persoonsgegevens niet vast mag leggen (tenzij). Belangrijk dus om goed op de hoogte te zijn van het wettelijk kader waarin je werkzaam bent. Bedenk goed wat je vastlegt en doe dit zo beperkt mogelijk.

Tip: Doe zoveel mogelijk met de jongeren samen! Ga bijvoorbeeld samen naar schuldhulpverlening of hulpverlening en draag de jongere over. Leg niet alles tot in detail vast in het dossier. Beperk je verwerking van gegevens tot het noodzakelijke. Ook hier weer het onderscheid nice to know / need to know.

Je mag alleen belangrijke zaken die te maken hebben met het verzuim van een leerling vastleggen. Haal die informatie dus uit het verslag en verwerk het in je dossier (met de bron en datum). De rest van het verslag/formulier vernietig je.

Houd er rekening mee dat alle aantekeningen die je bewaart, zowel digitaal in je mailarchief als in persoonlijke "naslagdossiers" onderdeel uitmaken van het dossier van een jongere. Dus bij een verzoek tot inzage horen ook deze aantekeningen (digitaal en analoog) te worden aangeleverd.

Let op: gebruik je persoonlijke werkaantekeningen als geheugensteuntje, dan vallen deze niet onder het inzagerecht! Maar sla je de aantekeningen vervolgens op in een (digitaal of papieren) dossier óf verstrek je ze aan anderen, dan heeft een burger ook recht op inzage van deze aantekeningen!

Bespreek samen met je team, je manager en de FG hoe je nu omgaat met schaduwdossiers, of de wijze waarop jij dit doet AVG proof is én of je het blijft doen. In dat laatste geval moet je ook rekening houden met bewaartermijnen conform de Archiefwet. 

Ja, daarvoor is een wettelijke basis, zie de Leerplichtregeling 1995, artikel 3:
1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een administratie van de leerlingen die als ingezetenen met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
2. Indien van een leerling in de basisregistratie personen een adres in een andere gemeente wordt opgenomen, zenden burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling laatstelijk zijn adres had de administratieve gegevens van de leerling aan die andere gemeente.

Zorg er wel voor dat de gegevens versleuteld (encrypted) zijn als je deze digitaal verzendt.

Nee, dat is onrechtmatig gebruik van persoonsgegevens. Tenzij er ook sprake is van ongeoorloofd verzuim dan zou je daarover met de jongere in gesprek kunnen gaan en kunnen informeren naar de overstap naar het mbo.

Ga voor jezelf na of er een wettelijke grondslag is waarop je een waarschuwingsbrief kunt sturen. Is die er niet dan zal de school zelf met de jongere in gesprek moeten.

Bijzondere persoonsgegevens mag je niet vastleggen, tenzij er een relatie is tussen - in dit geval- informatie over de gezondheid van het kind en het verzuim. Er zijn namelijk voldoende kinderen met ADHD die niet verzuimen.

Alleen het feit dat ouders aangeven dat hun kind ADHD heeft, is dus onvoldoende grond om die informatie vast te leggen in je dossier.

Is er een relatie tussen het verzuim en ADHD? Beschrijf dan de relatie tussen het gedrag dat je waarneemt of dat ouders beschrijven en het verzuim. Verwerk dat zo beperkt mogelijk in het leerlingendossier en houd goed in de gaten of de informatie nice to know of need to know is in het kader van de uitoefening van je wettelijke taak.

Bij verzuim geldt het Besluit register onderwijsdeelnemers, daarin staan alle gegevens opgenomen.

Indien er sprake is van vsv dan is het volgende artikel van belang:

Artikel 8.3.2. Bestrijding voortijdig schoolverlaten door gemeente

1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge artikel 8.1.8 heeft gemeld of waarover zij op grond van artikel 8.1.8a of op grond van artikel 24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht beschikken. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in artikel 8.3.1 bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de Leerplichtwet 1969. Voor de uitvoering van de eerste en tweede volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.

2 Voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taken werken de colleges van burgemeester en wethouders samen binnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regio's. Zij maken tevens afspraken met instellingen, scholen als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, scholen en instellingen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en organisaties die zijn betrokken bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.

Om je taak goed uit te kunnen voeren zijn de genoemde gegevens van belang!

Zorg wel dat je de mails met persoonsgegevens met scholen versleuteld uitwisselt. Informeer bij je privacy adviseur of FG of en zo ja welke mogelijkheden er zijn binnen jouw organisatie.

 

Ja dat mag. Op basis van het Besluit register onderwijsdeelnemers (waar de Leerplichtwet naar verwijst), blijkt dat er een verzuimspecificatie mag zijn. Hiermee is er dus een wettelijke grondslag om verzuimoverzichten aan te leveren.

Wel is de school er verantwoordelijk voor dat het verzuimoverzicht alleen die informatie bevat die bestemd is voor leerplicht, dus alléén het ongeoorloofd verzuim. School zal alle andere opmerkingen uit de verzuimstaten moeten verwijderen zoals ziekte en schorsing (geoorloofd verzuim) en notities als "boeken vergeten, gymkleding vergeten, naar de tandarts" etc.

Realiseer je dat ook het onderwijs bezig is om AVG-proof te gaan werken en dat je dus mogelijk nog verzuimoverzichten krijgt met te veel informatie. Stem met je team, teammanager en FG af hoe jullie hier mee omgaan.

Ja. Als een school een leerling verwijdert, moet dit terstond gemeld worden bij leerplicht. Ook bij RMC, want een jongere die verwijderd wordt is een vsv'er. Dus moet direct gemeld worden door de school.

Denk er bij het uitwisselen van persoonsgegevens via e-mail wel aan dat je dit versleuteld doet. Als je dat niet doet is er overigens niet direct sprake van een datalek. Dit is pas het geval wanneer de mail naar een ander mailadres verstuurd wordt dan dat van degene waarvoor deze bestemd is.

De AVG geeft aan dat er passende en organisatorische maatregelen genomen moeten worden om het beveiligingsniveau te waarborgen. Dat geldt voor elk medium waarmee je persoonsgegevens uitwisselt. Wat is het gemeentelijk beleid? Stem met je manager en ICT-afdeling af welke media je gebruikt (en of ze voldoende beschermd zijn).

E-mail
Tussen gemeenten is veilig uitwisselen van persoonsgegevens geregeld (check bij je eigen organisatie of dat inderdaad zo is). Bij uitwisseling van persoonsgegevens met scholen en (keten)partners moet je de gegevens versleutelen. Maak hierover afspraken met je manager en de ICT-afdeling.

Whatsapp
Met name RMC gebruikt whatsapp vaak om in contact met de jongeren te komen en/of te blijven, bijvoorbeeld om een afspraak te maken om langs te komen of hen eraan te herinneren. Dat zijn reminders zonder persoonsgegevens. Is whatsapp ook voldoende beveiligd om (bijzondere) persoonsgegevens te versturen naar bv (keten)partners? Weet je waar je gegevens blijven en wat er mee gebeurt?

Het feit dat er bij whatsapp staat dat berichten encrypted verstuurd worden, geeft nog geen duidelijkheid over waar je gegevens blijven c.q. worden opgeslagen. Vraag na bij je privacy-adviseur of FG wat het beleid in je organisatie is om met whatsapp te werken. Mocht je dit kanaal toch gebruiken om persoonsgegevens te delen, sla deze berichten dan ook op in het leerlingendossier. Daar maken zij namelijk onderdeel van uit.

Telefonisch
Persoonsgegevens delen of uitwisselen per telefoon mag als je bevoegd bent in het kader van je wettelijke taak. Leg alleen vast wat nodig is in je leerlingendossier en deel alleen die informatie die nodig is in relatie tot het verzuim of vsv dat plaatsvindt.

Nog niet alle organisaties werken volgens de AVG. Iedere organisatie is zelf verantwoordelijk om AVG-proof te werken. Als je informatie ontvangt die je niet mag ontvangen, vernietig deze dan en koppel dat terug aan de afzender.

Overleg met je manager en/of FG als je dit soort situaties tegenkomt! Maak gezamenlijk afspraken hoe hiermee om te gaan.

Ja, anders is of wordt het een vsv'er.

Ja, je mag in het kader van preventief werken jongeren spreken als de wettelijke termijn van verzuim (16 uur in 4 weken) nog niet bereikt is. 

Voorwaarde is wel dat school zelf al actie heeft ondernomen (bijvoorbeeld de ouders en of de jongere gebeld, terugkom-acties etc). 

School kan via DUO melden via Overig Verzuim als de wettelijke termijn nog niet is bereikt. Zorg dat school minimaal 1 uur verzuim via DUO meldt, zodat je een wettelijke basis hebt om een preventief gesprek aan te gaan. Uitsluitend een namenlijst van de school (zonder DUO melding) is dus onvoldoende.

Of je leerlingen (preventief) mag spreken die niet ingeschreven staan in de gemeente waarvoor je werkt is afhankelijk van een aantal zaken. Als je beëdigd bent om ook voor de (regio)gemeente(n) te werken, dan kun je die leerlingen spreken omdat je bevoegd bent. Ben je niet bevoegd, dan heb je geen grond om de jongeren te spreken.

Realiseer je dat je ook vóór de komst van de AVG, onder de Wbp, beëdigd c.q. bevoegd moest zijn om jongeren van andere gemeente(n) of regio’s te spreken. Ben je namelijk niet aangewezen door hen in het kader van het houden van toezicht op de naleving van de Leerplichtwet, dan ontbreekt de wettelijke grondslag om deze jongeren te spreken.

Hetzelfde geldt voor RMC. Je bent niet bevoegd om leerlingen uit een andere regio (preventief) te spreken als zij een onderwijsinstelling in jouw regio bezoeken.

De AP kan een boete opleggen (maximaal € 20 miljoen) of een maatregel opleggen in verband met het onrechtmatig gebruikmaken van persoonsgegevens.

Wat kun je doen?
Bespreek de huidige aanpak met je manager en de FG. Willen jullie (en de onderwijsinstelling) verder met preventieve verzuimgesprekken op de onderwijslocatie? Organiseer dit dan samen met de omliggende gemeenten.

Je hebt dan twee opties: via collegebesluiten van betrokken gemeenten formeel regelen dat de alle leerplichtambtenaren aangewezen en beëdigd worden om voor elkaar de leerplichttaak uit te voeren. Je kunt dan de huidige werkwijze AVG-proof voortzetten. Of - wanneer je dit niet regelt - spreek dan alleen de leerlingen uit je eigen gemeente.

Ga altijd na of er een wettelijke basis is waarop je dit kunt doen. Raadpleeg de Wet register onderwijsdeelnemers en het Besluit register onderwijsdeelnemers! Is er een grondslag waarop je de jongere mag bespreken? Is er geen verzuim gemeld? Op welke basis, grondslag of wet kun je je dan beroepen?

Uiteraard kun je wel in je rol als adviseur optreden en kunnen jongeren (geanonimiseerd) besproken worden. Uiteraard maak je daarvan geen aantekeningen in het dossier van de leerling (mocht je toch zijn/haar naam weten). Wel kun je in je registratiesysteem onder de school je advies noteren als algemeen advies (is in de meeste registratiesystemen mogelijk).

Hoe is preventief werken beschreven in jullie werkproces? Wat valt eronder? Als je gegevens deelt, met wie doe je dat dan? Leg je gegevens vast? Waar en hoe lang? Wat doe je met de resultaten van de preventieve gesprekken? Hoe is deze werkwijze gecommuniceerd? Allemaal vragen waar je een duidelijk en transparant antwoord op moet kunnen geven.

Een voorbeeld: Als je in samenwerking met school een preventieve aanpak schoolverzuim hebt afgesproken dan zijn er twee situaties denkbaar. We gaan er daarbij vanuit dat de wettelijke termijn van verzuim nog niet is gehaald, school alle stappen heeft gezet die zij in hun verzuimaanpak hebben staan.

1. Een melding verzuim via DUO (kan al vanaf 1 uur ongeoorloofd verzuim via melding overig verzuim). In dit geval mag je de afspraken met de jongere in het leerlingendossier noteren. Je hebt immers een grond om te verwerken (melding DUO). Op deze wijze kun je ook zichtbaar maken hoeveel tijd en energie je steekt in preventief werken en meten wat de resultaten zijn.

2. Geen melding via DUO. Als in het verzuimprotocol van school staat dat er na een aantal stappen die school heeft gezet bij x-aantal verzuim een gesprek volgt op school met de leerplichtambtenaar/rmc trajectbegeleider en school nodigt leerling en/of ouders/verzorgers uit dan kan het gesprek plaatsvinden. Echter mag je hiervan géén aantekeningen maken in het leerlingendossier, want de wettelijke grond ontbreekt. Eventueel kun je in het dossier van school aangeven dat je een x-aantal preventieve gesprekken hebt gevoerd, zonder namen en rugnummers.

Nee, bij geoorloofd verzuim is er geen geldige grond om dit te melden bij leerplicht. Doet school dit toch, dan is er sprake van het lekken van data.

Of een jongere wel of niet naar school is in eerste instantie een zaak tussen ouders, school en Jeugdarts. Het wordt pas een zaak van leerplicht als een leerling naar school kan, maar niet gaat.

Nee, dit mocht ook niet onder de WBP. Ziekteverzuim is namelijk geoorloofd schoolverzuim. De school mag ziekteverzuim niet melden via het DUO Verzuimloket.

Het feit dat er afspraken zijn gemaakt, beleid is opgesteld of convenanten zijn afgesloten, is geen garantie dat deze ook aan de (privacy) wet voldoen.

De rubriek ‘overig verzuim’ bestaat voor een groot deel uit verzuim dat voorheen bekend stond als signaal verzuim. Het is een vorm van relatief verzuim, waarbij meermalen sprake is van ongeoorloofde afwezigheid zich uitend in spijbelgedrag zonder dat er sprake is luxeverzuim, maar met een veelal problematische achtergrond.

Soms kan een leerling vrijstelling krijgen van de plicht om naar school te gaan. Dan is er géén sprake is van schoolverzuim of spijbelen. Voorbeelden van geoorloofde afwezigheid zijn: ziekte, schorsing, religieuze feestdag, huwelijk, begrafenis. Ouders en leerlingen moeten dan wel voldoen aan voorwaarden bij geoorloofd schoolverzuim.

Deze rubriek kan ook worden gebruikt als ouders bij ziekteverzuim van hun kind niet meewerken met school. Bijvoorbeeld als zij weigeren om in gesprek te gaan met de school/ggd-arts. Ouders stellen zich dan niet controleerbaar op. School mag dan aan ouders laten weten, dat zij het ziekteverzuim omzetten in vermoedelijk ongeoorloofd schoolverzuim. De leerplichtambtenaar heeft daarmee een grond om ouders en/of kind op te roepen voor een gesprek.

Wanneer de wettelijke termijn van melden verzuim nog niet is gemeld, maar school meldt eerder, hoef je daar nog geen actie op te ondernemen. Natuurlijk kun je in de samenwerking met de scholen afspraken maken over preventief werken. Hierbij wordt in samenspraak met school overeengekomen of en op welke wijze leerplicht een rol heeft bij de preventieve aanpak schoolverzuim. 

Ja, ouders zijn medeverantwoordelijk voor het verzuim van hun kind totdat deze niet meer leerplichtig is.

Wij adviseren om toestemming niet te gebruiken als grondslag voor het delen van persoonsgegevens. De reden is dat toestemming aan een aantal specifieke voorwaarden moet voldoen en ook weer ingetrokken kan worden.

Toestemming wordt in de AVG omschreven als “elke vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige wilsuiting waarmee de betrokkene door middel van een verklaring of een duidelijke actieve handeling hem betreffende verwerking van persoonsgegevens aanvaardt” (artikel 4 lid 11 AVG).

“Vrij” betekent, in ons geval, dat de ouder/verzorger of jongere een echte keuze heeft en of zij nu wel of niet antwoorden of meewerken, dat geen nadelige gevolgen mag ondervinden als zij toestemming weigeren of intrekken. In praktijk voorziet de wet hiermee in bescherming tegen wanverhoudingen of afhankelijkheidsrelaties. Bij overheidsinstanties noemt de AVG het onwaarschijnlijk dat een burger volledig ongedwongen toestemming kan verlenen. Vandaar is ons advies om niet met toestemming te werken.

Er staan in de AVG voorwaarden voor toestemming waaraan je moet voldoen.

Jij bent degene die moet aantonen dat de ouders/verzorger en/of leerling toestemming hebben gegeven (artikel 7 lid 1 AVG). Als je mondeling toestemming vraagt, moet je dus zorgen voor een goed proces en de toestemming schriftelijk vastleggen en aan het dossier toevoegen. Toestemming moet een actieve handeling zijn, dus een handtekening zetten onder de toestemming door ouders/verzorgers voldoet daaraan.

Ouders/verzorgers en/of leerling hebben het recht om te allen tijde de gegeven toestemming weer in te trekken. Dat moet je hen vooraf ook over informeren (artikel 7 lid 3 AVG). Het intrekken van toestemming moet op net zo’n eenvoudige manier kunnen als dat de toestemming is gegeven. Consequentie is dat je direct gehoor moet geven aan het verzoek van de ouders/verzorgers en/of leerling en de gegevens die je hebt verkregen op basis van de toestemming moet verwijderen. Dat betekent niet dat je automatisch alle gegevens moet verwijderen als toestemming wordt ingetrokken, alleen die gegevens die je hebt verkregen voor een specifieke verwerking. 

Als je je als gemeente wilt beroepen op ‘algemeen belang’ dan moet daar beleid aan ten grondslag liggen dat door het college is vastgesteld. Je moet dan het beleid (en de uitvoering) koppelen aan een publiekrechtelijke taak.

Bovendien moet je in principe toestemming voor het delen van persoonsgegevens vragen aan een jongere vanaf 16 jaar en/of diens ouders/verzorgers of voogd. De voorwaarden waaraan toestemming moet voldoen, is bijna nooit van toepassing voor leerplicht/RMC, lees daarom eerst ons advies over toestemming.

Vind je dat de veiligheid van de jongere in het geding is (verwaarlozing, mishandeling etc.)? Dan mag je deze verkregen informatie delen met een eerstelijns organisatie. Hiervoor heb je dan geen toestemming nodig. Achteraf moet je de betrokkene(n) wel op de hoogte stellen dat je deze informatie hebt verstrekt aan de eerstelijnsorganisatie.

Dit hoort niet bij je wettelijke taak en dus moet je het verslag vernietigen.

Ben je overtuigd van het algemeen belang? Beschrijf dan het beleid, laat het vaststellen en ondertekenen door het bestuur en publiceer je beleid. Daarna kun je de persoonsgegeven in dit kader verwerken.

Let op: blijf wel bewust van welke (persoons)gegevens je verwerkt en dat deze aan de grondslagen voldoen!

In de wetgeving rond RMC wordt alleen gesproken over een aanpak bij volledige uitval of bij verzuim 18 plus. De notitie AVG in een notendop van Ingrado is geschreven op basis van de wettelijke mogelijkheden.

Je kunt mogelijkheden tot het verwerken van persoonsgegevens wel verruimen door het algemeen belang als uitgangspunt te kiezen, maar dat betekent dat je binnen de gemeente beleid moet formuleren, waarbij je duidelijk aandacht besteedt aan de wijze waarop er met persoonsgegevens wordt omgegaan.

Doe dat samen met de FG. Op deze manier kan je ook het voorkomen, dus de preventieve werkzaamheden als beleid opnemen en borgen dat dit privacy-proof is.

De komst van de AVG is een frisse wind door de privacywetgeving en we kunnen ons werk inderdaad op basis van de wettelijke grondslag voor 80 tot 90 procent blijven uitvoeren.

Echter achteraf beargumenteren waarom je op een bepaalde manier hebt gehandeld is niet AVG-proof. De AVG legt de verantwoordelijkheid bij de organisaties om aan te tonen dat aan de privacyregels wordt voldaan. Je moet bijvoorbeeld kunnen aantonen dat een verwerking aan de belangrijkste beginselen van verwerking voldoet. Denk aan rechtmatigheid, transparantie, doelbinding en juistheid. 

Het opstellen van een verwerkingsregister is een verplichte maatregel. Hierin staat de informatie over de persoonsgegevens die verwerkt worden. Ook moet de organisatie kunnen laten zien dat de juiste technische en organisatorische maatregelen zijn getroffen om de persoonsgegevens te beveiligen. 

Het moet dus voor de jongere/ouders duidelijk zijn welke gegevens je verwerkt, met welk doel, hoe lang je ze bewaart etc.  

Belangrijk is dat je je realiseert dat je zonder je wettelijke grondslag geen (bijzondere) persoonsgegevens mag verwerken of uitwisselen. 

Hoe je te werk gaat als er wél een wettelijke grondslag is (bijvoorbeeld bij wettelijk verzuim) staat beschreven in onze notitie AVG in een notendop.

Het is voor de beoordeling van de rechtmatigheid van het verwerken van gegevens belangrijk om welke taken het gaat. In het sociaal domein is er onderscheid tussen taken van algemeen belang en taken op het gebied van de feitelijke dienstverlening of hulpverlening. 


Taken van algemeen belang:
Het gaat hier om taken waarvan de gemeente de verantwoordelijkheid niet kan overdragen. Je kunt hierbij denken aan de verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor de beschikbaarheid van voorzieningen zoals:

- toegang verlenen tot de dienstverlening (beslissing op aanvraag maatwerkvoorziening (Wmo) en de vaststelling van de rechten en plichten van jeugdigen of hun ouders (Jeugdwet);
- beleid opstellen;
- zorgaanbieders contracteren;
- dienstverlening financieren (rekening van zorgaanbieders betalen en declaraties controleren).

Op het moment dat blijkt dat je als leerplicht of RMC geen grond hebt om persoonsgegevens te verwerken vanuit je wettelijke verplichting, maar er is bijvoorbeeld beleid vastgesteld of er zijn afspraken gemaakt of convenanten c.q. samenwerkingsovereenkomsten afgesloten, ga dan na of deze onder de volgende grondslag vallen:

- de gegevensverwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of uitoefening van openbaar gezag.

Je beroepen op deze grondslag, om gegevens te verwerken, kan alleen als je een publieke taak uitoefent (zie hierboven). Het gaat daarbij om taken die in de wet zijn vastgelegd en die relevant zijn voor de gemeente. 

Jij, of beter, de gemeente waarvoor je werkt, moet motiveren waarom de verwerking van de persoonsgegevens noodzakelijk is om de publieke taak goed te kunnen vervullen.

Daarnaast moet het voor diegene waarvan u de persoonsgegevens verwerkt duidelijk zijn waarvoor u deze verwerkt.

Onderbouw in beleid dus goed wanneer je je baseert op deze grondslag! Bij elke grondslag geldt dat de gegevensverwerking noodzakelijk moet zijn voor het doel van de verwerking. Hoe voldoe je aan de eis? Via het:
- proportionaliteitsbeginsel: doel en middel moeten met elkaar in verhouding staan;

- subsidiariteitsbeginsel: kies altijd voor het minst ingrijpende middel.

Houd ook rekening met de volgende eisen:

- je mag de verzamelde persoonsgegevens niet voor een ander (niet-verenigbaar) doel gebruiken;

- je moet zorgen voor goede beveiliging van de persoonsgegevens;

- je moet de jongere/ouders informeren over wat je met de gegevens doet;

- je moet de jongere/ouders de mogelijkheid bieden hun privacy rechten uit te voeren.

In het geval dat je een beroep doet op het uitvoeren van je taken op basis van de grondslag algemeen belang, leg dit dan in beleid vast en laat het vaststellen door het college. Bij twijfel informeer je bij de privacy adviseur of FG.

Hoe je te werk gaat als er wél een wettelijke grondslag is (bijvoorbeeld bij wettelijk verzuim) staat beschreven in onze notitie AVG in een notendop.

Schorsing en verwijdering

Termen als "time-out" en "interne schorsing" vallen volgens de Inspectie van het Onderwijs onder "schorsing". Deze moeten op een juridisch correcte wijze worden opgepakt, wat betekent dat er een officiële brief wordt verzonden, met een bezwaarmogelijkheid.

Van een schorsing langer dan 1 dag, moet de inspectie op de hoogte worden gebracht. Na 5 dagen moet de leerling met goede afspraken weer worden toegelaten. Kijk hier voor meer informatie over schorsing en verwijdering.

Als de school zich hier niet aan houdt, dan kan de leerplichtambtenaar de school hierop aanspreken en als er geen verandering plaats vindt, dan kan de leerplichtambtenaar een signaal afgeven bij de inspectie.

Een jongere die onder de werking van de Leerplichtwet 1969 valt mag van school worden verwijderd. Het gaat hierbij om ernstig wangedrag. Als een jongere alleen maar schoolverzuim heeft dan is dat geen reden voor verwijdering.

Echter wanneer en jongere niet meer valt onder werking van de leerplichtwet dan kan schoolverzuim wel een reden zijn om de jongeren uit te schrijven van de opleiding. Dit heeft te maken met het aantal uren dat een jongere aanwezig moet zijn om over te kunnen gaan of om zijn diploma te kunnen halen.

Ja. Een  VO school valt onder de wet op het voortgezet onderwijs, en daarmee ook onder het inrichtingsbesluit WVO.

Hierin is de volgende bepaling rondom schorsing opgenomen:

Artikel 13. Schorsing

  1. Het bevoegd gezag kan met opgave van redenen een leerling voor een periode van ten hoogste één week schorsen.
  2. Het besluit tot schorsing wordt schriftelijk aan de betrokkene en, indien deze nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, ook aan de ouders, voogden of verzorgers van de betrokkene bekendgemaakt.
  3. Het bevoegd gezag stelt de inspectie van een schorsing voor een periode langer dan één dag schriftelijk en met opgave van redenen in kennis.

Hieruit blijkt dat een leerling ouder dan 18 jaar ook geschorst kan worden.

Bij schorsing is er sprake van geoorloofd afwezig zijn. Dit betekent dat de leerplichtambtenaar geen rol heeft. Zie ook de notitie 'Schorsen en verwijderen' van Ingrado.


Te laat komen is een overtreding van de Leerplichtwet. Leerlingen die vaak te laat komen kunnen bij de leerplichtambtenaar worden gemeld.Te laat komen is geen grond voor schorsing. Schorsen gebeurt in geval van grensoverschrijdend gedrag en dat is te laat komen niet. Bij schorsing geldt dat er sprake is van geoorloofd afwezig zijn. Bij te laat komen kan de leerplichtambtenaar bijvoorbeeld een HALT afdoening inzetten.

Zie de notitie 'Schorsen en verwijderen' van Ingrado en de Methodische Aanpak Schoolverzuim. Hier is de HALT procedure in beschreven.

Als het schorsen in afwachting van verwijdering betreft, artikel 14 van het Inrichtingsbesluit WVO, dan moet de school de leerling in staat stellen zijn examen te doen.
Dit is een afspraak tussen het scholenveld en de onderwijsinspectie (gentlemen’s agreement).

Als de leerling geschorst is op grond van artikel 13 van datzelfde Inrichtingsbesluit dan moet hij na vijf schooldagen weer tot de lessen worden toegelaten.

Veelgestelde vragen

Geen vragen in deze categorie

Verzuim

Alle proces-verbalen, ook die voor HALT, moeten worden opgemaakt door een BOA.

Meer informatie over een HALT proces-verbaal vind je in ons kennisdossier over de Methodische Aanpak Schoolverzuim. Je kunt daar ook het format downloaden.

Bij ziekteverzuim en schorsing is er sprake van geoorloofd verzuim. Dit wordt niet gemeld bij leerplicht. Tenzij school vermoedt dat er sprake is van ongeoorloofd verzuim. Dan wordt dit gemeld als overig verzuim.

 

De deelnemer en de opleiding hebben een onderwijsovereenkomst getekend. Dit betekent voor de opleiding dat zij moeten zorgen dat de deelnemer een diploma moet kunnen halen. Als een deelnemer door fysieke of psychische redenen niet in staat is de opleiding te volgen, dan moet er een gesprek plaatsvinden om te kijken hoe het nu verder met de opleiding moet gaan.

De deelnemer betaalt voor de opleiding. Als de deelnemer niet in staat is de volledige opleiding te volgen dan kan het financieel aantrekkelijker zijn om te stoppen. Dan kan hij zijn schoolgeld terugkrijgen.

Echter dat laat onverlet dat eerst bekeken moet worden hoe de deelnemer zijn opleiding kan vervolgen.

Aangezien deze deelnemer een goede reden heeft om niet aan de volledige opleiding deel te nemen, namelijk ziek en niet ongeoorloofd afwezig mag de opleiding niet zomaar uitschrijven. Dit moet wel in overleg gebeuren.

Verwijs de school hiervoor naar de onderwijsinspectie. Het gaat over het onderwijsaanbod, dus dit is geen leerplichtzaak!

 

Voortijdig schoolverlaten

De vo-school moet de leerling uitschrijven want hij heeft zijn diploma behaald. Tot  oktober moet de vo-school actief op zoek naar een vervolgopleiding, omdat de jongere zijn startkwalificatie nog niet heeft gehaald en daarmee een vsv-er wordt als er geen nieuwe schoolinschrijving is.

Voor meer informatie, zie stroomschema DUO

 

Deelnemers van het MBO die niet meer onder de leerplichtwet vallen mogen worden uitgeschreven als zij zonder geldige reden verzuimen.

In artikel 8.1.8a van de Wet educatie- en beroepsonderwijs staat dat de opleing verzuim moet melden als een jongere vier weken of door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden verzuimd. De de opleiding mag deze jongere dan uitschrijven. Deze jongere is dan een voortijdig schoolverlater.

Een andere mogelijkheid is deze jongere officieel te verwijderen als hij zich niet houdt aan de afspraken. Deze verwijdering moet dan wel onverwijld aan de gemeente worden medegedeeld.

Jongeren van het VSO met uitstroomprofiel onderwijs zijn kwalificatieplichtig en moeten tot het behalen van een startkwalificatie of tot hun 18e jaar naar een opleiding gaan.

Zolang een leerling, het schooljaar volgend op het schooljaar waarin hij 16 jaar is geworden, praktijkonderwijs of speciaal onderwijs in de uitstroomprofielen dagbesteding of arbeidsmarkt volgt en ingeschreven staat, is hij kwalificatieplichtig. 

Uitschrijving speciaal onderwijs met een uitstroomprofiel dagbesteding of arbeid:

Op het moment dat een kwalificatieplichtige leerling op verzoek van de ouders wordt uitgeschreven van het speciaal onderwijs met een uitstroomprofiel dagbesteding of arbeid, dan is hij niet meer kwalificatieplichtig. De voorwaarde van het hebben van een getuigschrift geldt hierbij niet. Er gelden voor deze groep geen voorwaarden om uitgeschreven te kunnen worden.

Uitschrijving praktijkkonderwijs:

Wordt op verzoek van ouders een leerling uitgeschreven bij het praktijkkonderwijs, dan geldt volgens de Leerplichtwet de voorwaarde dat de jongere een getuigschrift heeft. In dat geval is de jongere niet meer kwalificatieplichtig. Iedere jongere die uitgeschreven wordt van het praktijkonderwijs ontvangt een getuigschrift of een diploma op basis van de Wet voortgezet onderwijs. Een uitgeschreven leerling van het praktijkonderwijs zonder getuigschrift of diploma kan dus in principe niet voorkomen.
 
Op het moment dat deze leerlingen zijn uitgeschreven en dus niet meer kwalificatieplichtig zijn, vallen zij niet meer onder de de leerplichtwet. De leerplichtambtenaar is niet langer  de aangewezen persoon om deze jongeren te benaderen.

Is het een voortijdig schoolverlater?

Er is géén sprake van een voortijdige schoolverlater als deze jongere in het bezit is van:

  • Een getuigschrift van het praktijkonderwijs;
  • Een getuigschrift van het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel van het VSO of het uitstroomprofiel dagbesteding van het VSO, 
  • Een diploma van een entree opleiding én werkzaam is op grond van een arbeidsovereenkomst voor minimaal 12 uur in de week.

 

Een leerling met een getuigschrift van het praktijkonderwijs is volgens artikel 4a lid 2 Lpw niet kwalificatieplichtig.

Op het moment dat hij zich inschrijft op een mbo niveau 1 opleiding, geldt de kwalificatieplicht. Wanneer de leerling voortijdig uitvalt wordt het een vsv-er omdat het MBO de laatste school van inschrijving is.

Voorziening Vroegtijdig Aanmelden (VVA)

Onderwijsvolgers die de overstap van het VO naar het MBO gaan maken die:
- jonger zijn dan 23 jaar;
- geen startkwalificatie hebben;
- wonen in een Nederlandse gemeente.

Nee. Daar voorziet de VVA niet in, omdat dit niet opgenomen is in de wet. De VO-instelling zal de leerlingen die de overstap horen te maken naar een MBO-instelling aanvinken als beoogd MBO-ganger, deze vallen vervolgens in de keten van VVA.

Gemeenten ontvangen via de VVA geen informatie over jongeren die een overstap maken van het MBO naar het MBO. Het ligt niet in de lijn der erwachtingen dat dit in de toekomst wel gaat gebeuren, omdat dit niet de scope is zoals beoogd in de wet VVA.

Volgens de wet gaat het alleen om examenleerlingen. In praktijk zullen beoogde MBO-gangers examenleerlingen zijn. In praktijk zouden VO-scholen ook andere leerlingen door kunnen geven die de overstap maken van VO naar MBO.

Nee, er worden alleen onderwijsvolgers opgegeven die nog geen startkwalificatie hebben. Een havo diploma is een startkwalificatie.

Ja, dat kan omdat het om leerlingen hierbij om leerlingen zonder startkwalificatie gaat. 

Nee, de particuliere MBO-instellingen vallen niet onder de wettelijke verplichting om gegevens aan de voorziening vroegtijdig aanmelden te leveren

Ja, als de MBO-instelling dat doorgeeft en de leerling nog steeds als beoogd MBO-ganger wordt aangemerkt, krijgt de gemeenten een signaal dat de leerling niet meer ingeschreven staat.

De gemeente ontvangt in dit geval een intrekkingssignaal waarbij te zien is dat de MBO-ganger status is veranderd van 'ja' naar 'nee'. Ook de reden van deze wijziging wordt meegegeven. 

Het VVA systeem geeft het Persoons Gebonden Nummer (PGN, doorgaans is dit het BSN) en de postcode van de onderwijsvolger mee in de berichten. Hiermee is te achterhalen om welke onderwijsvolger het gaat. Er wordt geen naam of andere persoonsinformatie meegegeven. Mogelijk moet de gemeente in het eigen proces nog een handeling  verrichten om na te gaan om welke leerling het gaat. 

Per aanmelding wordt een uniek aanmeldingID en de MBO instelling meegegeven. Door deze combinatie is in samenspraak met de instelling te herleiden voor welke opleiding de leerling zich heeft aangemeld.

Nee, het Inlichtingenbureau heeft voor de VVA geen toegang tot het BRP. Dat geldt ook voor VO en MBO instellingen. 

De Signaleringsdatum Aanmelding staat ingesteld op 1 maart. Vanaf deze datum ontvangen gemeenten signalen van onderwijsvolgers die nog niet zijn aangemeld.

Op 1 maart ontvangen de gemeenten een bulkmelding over alle beoogde mbo-gangers die zich nog niet hebben aangemeld. Op 15 juni ontvangen gemeenten een bulkmelding van alle beoogde MBO-gangers die zich niet hebben ingeschreven bij een MBO-school. Na de bulkmeldingen van 1 maart en 15 juni ontvangen gemeenten realtime wijzigingen in de statussen van gesignaleerde overstappers.

De gegevens kunnen NIET op meerdere endpoints worden afgeleverd door het koppelpunt gemeenten. Iedere gemeente geeft aan waar (op welk endpoint) de gegevens naar toe moeten worden gestuurd. Bijvoorbeeld naar de gemeente zelf of naar de RMC-regio. 

Het Inlichtingenbureau kan geen knip maken tussen 18- en 18+ omdat ze geen gegevens heeft over de geboortedatum. 

Vanaf 1 juli 2020 kan de gemeente zich aanmelden voor de VVA. U kunt alle aanmeldinformatie vinden op de website van het Inlichtingenbureau, lees het hier.

Het Inlichtingenbureau brengt geen kosten in rekenning voor het afsluiten van de overeenkomst met gemeente. Ook voor de technische aansluiting op het VVA gemeentekoppelpunt brengt het Inlichtingenbureau geen kosten in rekening. Uw softwareleverancier doet dat mogelijk wel. 

Vanaf 1 juli 2020 kan de gemeente zich aanmelden voor de VVA. U kunt alle aanmeldinformatie vinden op de website van het Inlichtingenbureau, zie hier

Ja. Gemeenten die zelf geen leerplichttaken uitvoeren moeten bij  het Inlichtingenbureau regelen op welk Endpoint de gegevens van overstappers uit hun gemeente uit de VVA moeten worden afgeleverd. Dat geldt ook voor gemeenten die een andere partij gemandateerd hebben voor de uitvoering van leerplicht-/RMC-taken. 

Nee, daartoe is de RBL niet bevoegd. Alle gemeenten die deel uitmaken van de RBL moeten afzonderlijk bij het Inlichtingenbureau regelen op welk Endpoint de gegevens uit de VVA moeten worden afgeleverd. 

In de ministeriele regeling wordt een aantal zaken in de wet nader ingevuld. In de regeling staat dat de gegevens worden geleverd via de voorziening vroegtijdig aanmelden. Het gebruik van de voorziening vroegtijdig aanmelden is dus verplicht.

Om aan te kunnen sluiten op het koppelpunt gemeenten dient er een koppelvlak gebouwd te zijn die voldoet aan de eisen van de koppelvlakspecificaties voor VVA. Dit document is gepubliceerd op de website van het Inlichtingenbureau. Hier dient uw softwareleverancier ondersteuning in te bieden. Indien dit niet het geval is, dan kunt u uw leverancier raadplegen om te bepalen wat de mogelijkheden zijn. Bij aanvullende vragen omtrent softwareleveranciers kunt u terecht bij de helpdesk van de VNG.

Nee, gemeenten kunnen geen berichten terugsturen naar de scholen via de VVA.

Nee, er wordt geen portaal aangeboden. De VVA voorziet alleen in een geautomatiseerde koppeling.

Op dit moment is dat niet mogelijk. Wellicht komt die mogelijkheid er in de toekomst. We horen het graag als hier behoefte aan is. Deze behoefte kan ook richting de VNG geuit worden.

Nee, de VO-scholen en de MBO-instellingen leveren de gegevens via een geautomatiseerde koppeling aan de voorziening vroegtijdig aanmelden (dus niet handmatig). De vraag hoe de administratiesystemen hun gegevens invoeren, kan de VO-raad beantwoorden.

De partijen die de VVA hebben ontwikkeld hebben aan de start van het traject een aantal uitgangspunten geformuleerd, waaraan een ICT-voorziening die de wettelijk verplichte uitwisseling van gegevens over de aanmeldingen in het mbo ondersteunt, moet voldoen. Het betreft de volgende uitgangspunten: het dient een publieke voorziening te zijn, er dient sprake te zijn van landelijke dekking (alle VO-scholen, MBO-instellingen en gemeenten moeten er mee werken) en er wordt gewerkt met geautomatiseerde koppelingen tussen de administratiesystemen van VO-scholen, MBO-instellingen en gemeenten. Intergrip voldoet in ieder geval niet aan de eerste twee uitgangspunten.

Er bestaan verschillende regionale informatiesystemen, waarin ook gegevens over de aanmeldingen in het mbo worden uitgewissld. Voor wat betreft de uitwisseling van de gegeven over de aanmeldingen in het MBO zoals verplicht gesteld in de wet "aanmeldatum en toelatingsrecht MBO" overlapt de VVA met de bestaande regionale informatiesystemen. De verschillende met de regionale informatiesystemen betreffen de landelijke dekking van de vva en de geautomatiseerde koppelingen tussen de VVA en de administratiesystemen van de VO-scholen, MBO-instellingen en gemeenten. De bestaande regionale informatiesystemen hebben ook andere functies dan alleen de uitwisseling van de gegevens over de aanmelding. 

Vrijstellingen

De Leerplichtwet biedt geen mogelijkheden om vrijstelling te verlenen voor een wereldreis. Het wetsvoorstel waarin dat geregeld wordt is; 'onderwijs op een andere locatie dan school'. Inwerkingtreding van eventuele nieuwe wetgeving laat nog op zich wachten. De meest recente ontwikkelingen zijn de internetconsultatie van eind 2016 en de brief van minister Slob met daarin de toezegging dat hij twee onderwerpen uit de concept-wet Onderwijs op een andere locatie gaat uitwerken. Meer hierover lees je in IM #36. 

Op grond van artikel 11 onder e van de Leerplichtwet is vrijstelling op grond van godsdienst of levensovertuiging mogelijk. Deze vrijstelling is bedoeld om plichten voorvloeiend uit religie of levensovertuiging te kunnen vervullen.

Meer weten over verlof vanwege plichten in verband met godsdienst of levensovertuiging? Zie bijlage 3 van de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS). 

Nee, carnaval geldt niet als een religieuze verplichting in verband met godsdienst of levensovertuiging.  Ook geldt het vieren van carnaval niet als gewichtige omstandigheid. Dit betekent dat artikel 11 onder e en 11 onder g van de Leerplichtwet niet van toepassing zijn. Meer informatie over vrijstelling vanwege plichten in verband met godsdienst of levensovertuiging is te vinden in de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS). Zie bijlage 3.

Oorspronkelijk is artikel 5 onder c van de Leerplichtwet bedoeld voor leerlingen die in Nederland wonen en over de grens (België en Duitsland) onderwijs volgen. Inmiddels wordt er een beroep op dit artikel gedaan om leerlingen in te schrijven op een school in nagenoeg alle landen van de wereld.

Ouders met gezag dienen voorafgaand aan het schooljaar voor 1 juli een kennisgeving in. hierbij is een verklaring gevoegd van het hoofd van de school in het buitenland. In deze verklaring is opgenomen dat de leerling op de school in het buitenland is ingeschreven en de school ook geregeld bezoekt. Als aan deze voorwaarden is voldaan dan ontstaat de vrijstelling van rechtswege.

In principe geldt de vrijstelling voor de periode van 1 schooljaar. Wel wordt er steeds vaker een beroep op dit artikel gedaan na 1 juli voorafgaand aan het schooljaar en ook voor een periode korter dan een schooljaar. Op zich is dat niet vreemd want als een ouder voor zijn werk een periode naar het buitenland moet, dan kan op deze manier de kinderen worden meegenomen en toch voorzien worden in onderwijs. Juridisch kan dit niet (de leerplichtwet stelt nu eenmaal voor 1 juli), maar in de praktijk gebeurt dit en wordt dit door rechters niet als een overtreding van de Leerplichtwet gezien.

De vraag over de duur van een dergelijke periode is in het verleden met het Openbaar Ministerie besproken. Het openbaar ministerie heeft aangegeven geen minimumperiode te stellen. Als er een inschrijfbewijs/verklaring is dan voldoet het beroep op vrijstelling aan de wet en zullen niet tot vervolging worden overgaan. Dit gebeurt wel als er sprake is van een verlenging van een vakantie. Een dergelijk beroep niet accepteren kan dus als er een vermoeden is van verlenging van de vakantie en ook als er geen inschrijfbewijs is van de school in het buitenland. Een andere reden om het beroep niet te accepteren als er een inschrijving is voor een cursus in het buitenland en er dus geen volledig onderwijs wordt gevolgd.

Op het moment dat het beroep voldoet aan de voorwaarden die de Leerplichtwet stelt (Leerplichtwet artikel 6 en artikel 9) dan ontstaat de vrijstelling van rechtswege. Op dat moment kan de school in Nederland op verzoek van de ouders de leerling uitschrijven. Verzoeken de ouders niet om de leerling te laten uitschrijven dan moet de leerling de school, waarop hij in Nederland ingeschreven staat, ook bezoeken. Gebeurt dit niet dan is er sprake van ongeoorloofd verzuim.


Meer weten over vrijstellingen en wanneer je die toepast? Gebruik dit handige instrument!

Verlof vanwege gewichtige omstandigheden (artikel 11 onder g van de Leerplichtwet) verleent een schooldirecteur voor aanvragen tot en met 10 schooldagen, bij elkaar opgeteld gedurende het schooljaar. De schooldirecteur is beslissingsbevoegd.

Op het moment dat een aanvraag de 10 dagen overstijgt dan moet de leerplichtambtenaar een besluit te nemen. In dat geval is de leerplichtambtenaar beslissingsbevoegd. Dat geldt dus ook als voor een leerling bijvoorbeeld in een schooljaar al 8 dagen verlof is verleend door de schooldirecteur en in dat schooljaar een nieuwe aanvraag van 3 dagen wordt ingediend.

Extra vakantieverlof wegens de specifieke aard van het beroep (11 onder f van de Leerplichtwet) mag slechts eenmaal per schooljaar met een maximum van 10 schooldagen door de schooldirecteur worden verleend. 

Indien de verlog aanvraag voldoet aan de voorwaarden dan kan de directeur of de leerplichtambtenaar het verlof toekennen. Indien men vooraf weet dat de belanghebbende (de andere ouder) bezwaar gaat maken of het niet eens gaat zijn met het besluit, dan dient deze ouder te worden gehoord voordar een besluit wordt genomen.

Op basis van de gesprekken met beide ouders kan het verlof wel of niet toegekend worden. Als de aanvragende ouder voldoet aan alle voorwaarden, dan kan het hoofd of de leerplichtambtenaar het verlof gewoon toekennen. De andere ouder heeft wel de mogelijkheid om als belanghebbende in bezwaar te gaan, maar hoeft dus geen toestemming te verlenen of de aanvraag te ondertekenen.

 

Op dit moment kent de Leerplichtwet 1969 (Lpw) zeven besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Dit zijn:

Artikel          Onderwerp                                                    Bestuursorgaan
3a                  Vervangende leerplicht                                  College
3b                  Vervangende leerplicht laatste schooljaar     College
11a                Vrijstelling 5-jarigen                                        Het hoofd
11 sub f         Extra vakantieverlof                                        Het hoofd
11 sub g        Verlof t/m 10 schooldagen                             Het hoofd
11 sub g        Verlof meer dan 10 schooldagen                   Lpa
15                  Vrijstelling ander onderwijs                            College
 

Ouders moeten op grond van de bovenstaande artikelen een aanvraag/verzoek indienen bij het bevoegde bestuursorgaan. Het bestuursorgaan dient, als publiekrechtelijk orgaan een besluit te nemen en een beschikking af te geven. In de beschikking is het bestuursorgaan wettelijk verplicht om het besluit te deugdelijk te motiveren en te voorzien van een bezwaar en beroepsclausule (artikel 3:45 en 3:46 Algemene wet bestuursrecht).

De vrijstelling voor artikel 11 onder g Lpw wordt uitgewerkt in artikel 14 Lpw. Hierin is opgenomen dat de leerplichtambtenaar van de woongemeente een besluit neemt over een verzoek van ouders/verzorgers indien het een periode betreft van meer dan 10 schooldagen. De leerplichtambtenaar wordt in de Lpw aangewezen als bevoegde tot het nemen van een besluit als zijnde publiekrechtelijk bestuursorgaan.

Er bestaan tevens vrijstellingen van rechtswege, deze zijn opgenomen in artikel 5 en artikel 5a Lpw.

Art. 5 a en 7 lichamelijke of psychische ongeschiktheid
Art. 5 b en 8 bedenkingen tegen de richting
Art. 5 c en 9 onderwijs in buitenland
Art. 5a  trekkend bestaan

Ouders kunnen een beroep (zij denken er recht op te hebben) doen op de bovenstaande artikel. Zij hoeven hiervoor geen verzoek of aanvraag in te dienen om een besluit te krijgen. doen op deze artikelen. Bij deze artikelen  geldt dat als voldaan is aan de eisen van de Leerplichtwet, er van rechtswege een vrijstelling ontstaat. Er is in deze gevallen geen sprake van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

Geen antwoord op je vraag?

Staat jouw vraag er niet tussen en kom je er ook niet uit met je collega's? Mail je vraag aan de (juridisch) adviseur van Ingrado.

Let op! Er zijn voorwaarden verbonden aan het stellen van een vraag:

  • Stuur geen gegevens van jongeren of andere privacygevoelige informatie mee.
  • Bespreek vragen over casuistiek eerst in je eigen netwerk.
Stel een vraag